
Geschiedenis
Stevoort, gelegen in de nabijheid van Limburgs hoofdstad, Hasselt en sinds 1977
een fusie-gemeente ervan, werd voor het eerst vermeld in een document van 1099 als
“Steinvert”.
Tot in de tweede helft van de 13de eeuw behoorde Stevoort tot het domein
van de Graven van Loon, waarna het blijkbaar verdeeld werd in twee heerlijkheden.
Het gebied gelegen ten noorden van de Herk, Klein-Stevoort genoemd, volgde de Loonse
rechtspraak. Het gebied ten zuiden van de Herk, Groot-Stevoort, volgde de Luikse
rechtspraak. Op bestuurlijk gebied was de gemeente ingedeeld in 3 wagens of gehuchten
met elk een eigen burgemeester, die elk jaar door de inwoners verkozen werd : de
Dorpswagen de Opperwagen en de Straatwagen (het deel ten noorden van de Herk).
In de vorm van dit “Grootdorp” , nu het Sint-Maartenplein herkennen we nog het vroegere
driehoekige dorpsplein, dat wijst op Frankische kolonisatie. De kerk werd hier niet
gesitueerd omdat er niet voldoende plaats was voor een kerkgebouw, een begraafplaats
en een pastorie. De eerste kern ontstond ten zuiden van de Herk omdat de nederzetting
in het noorden begrensd was door de vallei van de Herk én door het kasteel, waarvan
de uitgestrekte domeinen tot in de helft van onze eeuw nog onverkaveld en ontoegankelijk
goed waren van een machtige kasteelheer.
Sinds 1862 stond hier een pomp, ter vervanging
van een duivenpoel of drenkput, die men om gezondheidsredenen gedempt had. Ook de
schandpaal had hier zijn plaats. Er is nog het kapelletje uit 1910 tussen twee zeer
oude lindebomen.
Het voormalig waterkasteel van de Heren van Stevoort, nu Mariaburcht, zou reeds in
de 11de eeuw onder een primitieve vorm bestaan hebben : een versterkte burcht met
een ophaalbrug. De oudst bekende eigenaar is Arnold van Steynvoorde, die in 1364
een leenheer was van de Graaf van Loon. In de 16de eeuw kwam het goed in het bezit
van de familie Salm- De Rougraeve : uit die tijd dateert nog de zuidoostelijke hoektoren
van het kasteel. Toen de familie de Libotton in 1701 de nieuwe eigenaar werd, liet
zij het volledige kasteel verbouwen en restaureren : de muurankers in de nooroostertoren
zijn hiervan nog de getuigen . Het huidige uizicht van het kasteel dateert van 1769
: een datum die terug te vinden is op de brug voor de toegangspoort. In 1826 kocht
de familie Palmers de Terlaemen het goed : deze familie, domineerde tientallen jaren
het hele dorp. In 1922 was het kasteel te koop. Het provinciebestuur vond dit een
ideale gelegenheid om een huishoudschool op te richten, die bestuurd zou worden door
de Zusters van Berlaar.
In 1925 werden de Zusters van Berlaar dan zelf eigenaar van
de “landbouwschool” .
Wil je de tekst groter gebruik Ctrl en scrolknop